english | nederlands

RC 31 Rey van Amsterdamsche maegden (“Nu stelt het puick van zoete keelen”)

tekstbron

Albert Verwey, Een inleiding tot Vondel (Amsterdam: Versluys 1893), 83-109 ♦ Dichterlijke werken van Joost van den Vondel Vol. 7 (Amsterdam: Westerman 1821), 183-260

eerste uitvoering

27 april 1898 Haarlem, Sociëteit “Vereeniging”

opgedragen aan

opnamen

  • Alphons Diepenbrock and the Golden Age Composer's Voice Classics CV 121
  • Anniversary Edition 4 Et'cetera KTC 1435 CD4

uitgaven

  • Luxe editie of Vondel's Gijsbrecht van Aemstel Vol II, *.* Erven F. Bohn, De 23880064
  • Vier Reizangen uit Gijsbrecht van Aemstel Erven F. Bohn, De 23880064

  • Rey van Amsterdamsche maegden (“Nu stelt het puick van zoete keelen”)
  • Vondel, Joost van den
  • vrouwenkoor en orkest
  • 4 juni 1893 - 18 juli 1893 | herzien 1 juli 1901 - 31 juli 1901
  • duur 5:30

Zoals bij RC 30 vermeld, zijn Diepenbrocks Rey van clarissen en Rey van Amsterdamsche maegden in dezelfde periode ontstaan: van 4 juni tot respectievelijk 7 en 18 juli 1893. De prikkel tot het componeren van deze werken was het doorlezen van de toneelmuziek die Bernard Zweers bij Vondels Gijsbrecht van Aemstel had gemaakt. Hier is duidelijk sprake van aemulatio: Diepenbrock beschouwde het als een uitdaging om de reien van een betere toonzetting te voorzien dan Zweers had gedaan, zoals te lezen is in de brief die hij op 12 juni 1893 aan Antoon Derkinderen schreef: …meer >

Rey van Amsterdamsche maegden (incipit)


Zoals bij RC 30 vermeld, zijn Diepenbrocks Rey van clarissen en Rey van Amsterdamsche maegden in dezelfde periode ontstaan: van 4 juni tot respectievelijk 7 en 18 juli 1893. De prikkel tot het componeren van deze werken was het doorlezen van de toneelmuziek die Bernard Zweers bij Vondels Gijsbrecht van Aemstel had gemaakt. Hier is duidelijk sprake van aemulatio: Diepenbrock beschouwde het als een uitdaging om de reien van een betere toonzetting te voorzien dan Zweers had gedaan, zoals te lezen is in de brief die hij op 12 juni 1893 aan Antoon Derkinderen schreef:

Het is mij niet opgedragen de Reyen te schrijven, doch alleen uit schaamte voor de muziek tegenover de poëzie ben ik onmiddelijk […] aan het werk gegaan.”

Over zijn opzet van de Rey van Amsterdamsche maegden vertelde hij:

Ik heb er een soort wapendans en rhythmisch triomflied voor Amsterdamsche Walküren van gemaakt. Het zijn zeer voortvarende maagden geworden. Als begeleiding dienen 4 clarinetten, in het midden-(schalmeyen)-register geschreven, en een harp. (BD I:465-466)

De Rey van Amsterdamsche maeghden is een vreugdelied van zes strofen dat de jonge vrouwen aanheffen over de zege op de belegeraars van de stad. Tevens is het een oproep om een dubbel feest te vieren ter ere van de overwinnaars en van de geboorte van Christus. (Voor een samenvatting van de inhoud van Gijsbrecht van Aemstel, zie RC 28.)

Diepenbrocks omschrijving van zijn compositie als “een soort wapendans en rhythmisch triomflied voor Amsterdamsche Walküren” is wat al te plastisch, maar fier is zijn muziek zeker, hetgeen te danken is aan het veelvuldig gebruik van een gepuncteerd ritme op de tweede kwart in de 6/4-maat en aan de grotendeels opwaarts gerichte gestiek binnen de melodieën. Waar de tekst rept van de schending van vrouwen, de aanleiding tot de verbeten strijd, wijzigt Diepenbrock de kleur door uit te wijken naar de toonsoort van b frygisch. De stemming slaat weer om naar trots en uitdagend als de maagden honend de vraag stellen waar toch de gevaarlijke vijand gebleven is die de stad belaagde.

Welke bedoeling Diepenbrock had met de opmerkelijke bezetting van vier klarinetten en harp voor de begeleiding van de Rey van Amsterdamsche maegden is te lezen in een brief aan Charles Smulders van 20 maart 1894. Begin januari van dat jaar had Diepenbrock de uit Maastricht afkomstige componist in diens woonplaats Luik bezocht en de partituren van beide reien bij hem achtergelaten voor nadere bestudering. Smulders adviseerde Diepenbrock voor deze rei (een kostelijk stuk muziek, en zeer schoon voor vrouwenkoor gezet) een ensemble aan te wenden met alle houten blaasinstrumenten, inclusief althobo, basklarinet en contrafagot, en een tweede harp: Daar is reeds heel wat kleur mee te geven. (BD II:131) Het aanwenden van twee harpen kon Diepenbrock billijken, maar met de andere raad was hij het niet eens:

Een sterker instrumentatie van blaasinstrumenten lag niet in mijn bedoeling, daar ik het geheel een vlottend, zwevend karakter wilde geven met hoog-zilveren accent en dit zou, dunkt mij, door Bas-clarinet en Fagotten verloren gaan. Mijn bedoeling was, dat de Reyen bij een goede uitvoering zoo zouden passen in de omlijsting van het gesproken drama als een wandschildering in een gebouw. Dit streven sluit bij de compositie als bij de schildering het reliëf uit. Vandaar dat ik juist een zekere neutraliteit of egaliteit van toonenkleur in de instrumentatie bedoeld heb. (BD II:162)

Het zal nog tweeëneenhalf jaar duren voor Diepenbrock van inzicht verandert en de begeleiding inricht voor een volledige symfonische bezetting.

Complete herziening en première

De nieuwe partituur is voltooid op 22 juni 1896. Vervolgens was kritiek van zowel Smulders als Zweers aanleiding voor een complete herziening van alle drie ‘orkest-reien’ in 1897. De Rey van Amsterdamsche maegden is gereed op 16 april van dat jaar.

In die lezing beleeft het stuk zijn première op 27 april 1898 in de Concertzaal der Sociëteit “Vereeniging” te Haarlem door het Toonkunst-koor van die stad onder leiding van Willem Robert (1848-1914) met medewerking van het Concertgebouworkest. Over het teleurstellende resultaat is reeds gesproken bij de bespreking van RC 30.

Als de Rotterdamse dirigent George Rijken in september 1901 met zijn Gemengd Koor aan de voorbereiding begint van een uitvoering in de Doelenzaal van de Rey van Amsterdamsche maegden en de Rey van edelingen, is Diepenbrock toevallig juist naarstig aan het werk met weer een nieuwe instrumentatie. Die ziet hij graag gespeeld bij het komende concert, “daar de oude de koorstemmen minder uit laat komen en ook kleurloozer is”. (BD III:303) Om nu de condities te scheppen voor een betere interpretatie van zijn partituur zorgt Diepenbrock ervoor dat het orkest, het Utrechtsch Stedelijk Orkest door zijn vaste dirigent Wouter Hutschenruyter al enigszins met het werk bekend wordt gemaakt. Zelf leidt hij ook een repetitie en hij bericht daar opgetogen over aan Smulders:

Gisteren dirigeerde ik in Utrecht op de repetitie de nieuwe orchestratie mijner Reyen. Het klonk prachtig. Ik heb nu eindelijk het orchestreeren zoowat geleerd. (BD III:325)

Dat ook deze uitvoering tegenviel, is te lezen in de beschrijving van de Rey van edelingen (zie RC 33).

Ton Braas



Rey van Amsterdamsche maegden

Nu stelt het puik van zoete kelen,
Om daar gezangen op te spelen,
Tot lof van God, die op zijn troon

Gezeten is zoo hoog en heerlijk;
Van waar Hij zien kon hoe begeerlijk
’t Spaarne stak naar Amstel’s kroon.

Hoe wraak met zwaarden en met speeren
De torenkroon van ’t hoofd wou scheeren
Der schoone en wijdvermaerde stad,

En rukken met geweld van benden
Der vesten gordel van haar lenden
En plundren haar kleinood en schat;

En schenden d’eedle en getrouwe,
Gelijk de schender Velsen’s Vrouwe,
Wel ruim zoo waardig als Heleen

Den brand van een herboren Troje
En krijg die ’t overschot verstrooie,
Nadat men jaren heeft gestreên.

Waar is de Reus met al zijn stoffen
Die Gijsbrechts stad ter neer wou ploffen,
En om zijn muur de armen slaan?

Wat ijd’le schrik heeft hen geslagen?
Wat ijd’le vreeze mag hen jagen,
Die nu met schande strijken gaan?

’t Is tijd de kerken te stoffeeren,
Te dansen en te banketteeren,
En met een uitgelaten geest

De blijdschap aan de vreugd te huwen
Die vroolijke englen ons vernuwen
Met zang op Gods geboortefeest.

Trek in, o Aemstel, trek nu binnen,
Die zonder stoot kunt overwinnen,
Trek in, o brave burgerij,

Die U zoo moedig hebt gekweten.
Geen eeuw en zal uw eer vergeten.
De hemel sta U eeuwig bij.

 

Chorus of the Amsterdam Maidens

Now let sweet throats convene in throngs
To offer play of grateful songs
In praise to God upon His Throne.

Who, seated there so high and mighty,
Sees how with desire unsightly
A grab was made for Amstel’s crown.

How vengefully with sword and spear
The foe the crown from head would shear
From lovely Amstel, widely famed.

And wrench, with force against the chaste
The belt that winds around her waist
And plunder all her treasure store.

And violate the honored life
Of even such as Velsen’s wife
Whose worth so high as Helen’s flies.

And set afire like Troy newborn
And scatter the remains, forlorn,
And only after years of strife.

Where is the Giant’s weapons stash,
Who Gijsbrecht’s town would blow to ash,
And wrap his arms around her walls?

What sudden shock has brought him down?
What idle fear chased them from town,
Who now withdraw and slink away?

It’s time the church to decorate,
To dance and feast and celebrate,
And all with sheer exuberance.

To wed this happiness to joy
The merry Angels songs employ
Renewing us this Christmas Day!

March in, O Amstel, march with might,
You who have won without a fight,
March in, you citizens so brave.

A task which you so bravely met.
No era shall your deeds forget.
With heaven always by your side!

(transl. Ruth van Baak Griffioen)

 


  • A-12(1) Rey van Amsterdamsche maegden (vocal score)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14

    vocal score A-12(1) dated on the last page sHertogenbosch 18 Juli 93 / N Amstel 3 Dec 95

    • 3 december 1895
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 14
  • A-13(1) Rey van Amsterdamsche Maegden (Triomfzang)

    A-13(1) entitled Rey van Amsterdamsche Maegden (Triomfzang) and dated on the last page sHertogenbosch Juli 1893 / Amsterdam 22 Juni 1896

    • 22 juni 1896
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • A-14(1) Rey van Amsterdamsche maegden

    A-14(1) dated on the first page Juli 1893 and on the last page 16 April 1897

    • 16 april 1897
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • A-15(1) Rey van Amsterdamsche maegden

    semi-autograph A-15(1)

    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • A-16(1) Drie Reyzangen uit Vondel’s Gysbrecht van Aemstel voor koor een orchest

    A-16(1) entitled Drie Reyzangen uit Vondel’s Gysbrecht van Aemstel voor koor een orchest and dated on the last page Eindhoven 18 Juli 1901, with dedication on the title page Aan A J Derkinderen.

    • 18 juli 1901
    • opdracht: Aan A J Derkinderen
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • A-17(1) Rey van Amsterdamsche maegden

    semi-autograph A-17(1)

    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend

  • klik voor vergroting

    Alphons Diepenbrock and the Golden Age

    cd Composer's Voice Classics CV 121
    Radio Symfonie Orkest ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Westbroek, Eva-Maria ♦ Roodveldt, Maja ♦ Holboorn, Sophie ♦ Hameleers, Frank ♦ Heijnsbergen, Henk van

    Tracks: 1 = RC 31; 2 = RC 33; 3 = RC 30; 4 = RC 28; 5-7 = RC 70
  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 4

    cd Et'cetera KTC 1435 CD4
    Concertgebouworkest ♦ Bartelink, Bernard ♦ Radio Symfonie Orkest ♦ Spanjaard, Ed ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Bogtman, Laurens ♦ Brand, Tom ♦ Kerkhoff, Martha van ♦ Lugt, Elisabeth ♦ Westbroek, Eva-Maria ♦ Toonkunst Koor Amsterdam ♦ Apollo Choir Soest ♦ Beinum, Eduard van

    Tracks: 1 = RC 31; 2 = RC 30; 3-5 = RC 70; 6 = RC 39; 7-8 = RC 116

  • Luxe editie of Vondel's Gijsbrecht van Aemstel Vol II, *.*

    1901 Erven F. Bohn, De
  • Vier Reizangen uit Gijsbrecht van Aemstel

    1896 Erven F. Bohn, De

27 apr 1898: Uitvoering van drie Reyen uit Vondels Gysbrecht van Aemstel in de Concertzaal der Sociëteit Vereeniging te Haarlem door de afd. Haarlem van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst met medewerking van het Concertgebouw-Orkest onder leiding van Willem Robert. Voor de pauze worden uitsluitend werken van Brahms uitgevoerd. (Tragische Ouverture, Nänie en Tweede symfonie).

Een interessante gebeurtenis mag genoemd worden de introductie van een werk van Alphons Diepenbrock, Reyzangen uit Gysbrecht van Aemstel, in de kringen der Toonkunst-maatschappij. Bij deze uitvoering te Haarlem echter zijn, voor zoover wij opmerken konden, de dragers van in Toonkunst-kringen gezaghebbende namen afwezig gebleven, ja, men moest zelfs een niet groote belangstelling van de leden der Haarlemsche afdeeling zelf constateeren, een feit dat ten deele waarschijnlijk aan de bekende schuwheid voor nieuwe composities – waarover men nog niet veel heeft hooren spreken –, ten deele misschien ook aan vrees te wijten is, dat de Reyzangen te Haarlem niet “het puik van zoete kelen” vinden zouden. — Voor vrees, ook ons niet totaal vreemd, bleek in waarheid reden te zijn. De zangvereeniging dezer afdeeling, die den heer W. Robert tot directeur heeft, zou men niet in de eerste plaats aangewezen wanen voor een uitvoering van uiterst fijne, spiritueele kunst, maar men kon de hoop voeden dat de met ongetwijfeld sympathieke bedoelingen gedane eigen keuze door studie en volle toewijding een daad had kunnen worden, die den componist en de zangvereeniging gelijkelijk eeren zou. Deze hoop is niet verwezenlijkt. Uitgevoerd zijn, met begeleiding van het Concertgebouw-orkest uit Amsterdam, de Rey van Amsterdamsche maegden voor vierstemmig vrouwenkoor, de Rey van clarissen voor vierstemmig vrouwenkoor en de Rey van edelingen voor vierstemmig gemengd koor; de Rey van burchtsaeten voor koor a capella werd niet gezongen, en de weglating dezer vierde Rey is, te oordeelen naar de enkele maten die wij in de uitgevoerde Reyen zonder begeleiding gehoord hebben, een heel verstandige zet geweest. Van nog scherper doorzicht zou het bestuur der afdeeling blijk gegeven hebben, indien het aan de zangvereeniging – een combinatie van vele, óók ongeoefende stemmen – de uiterst moeilijke, zéér zware eischen aan zangkunst stellende taak had bespaard. Voor een klein koor van uitnemend geschoolde, van den hoogen geest dezer muziek diep doordrongen zangeressen en zangers zijn deze Reyen, naar ons gevoelen, geschreven: zelf van belangstelling en liefde voor Diepenbrock's buitengewone compositie vervuld, zal het met een zeer ernstig voorbereide uitvoering in de ziel der hoorders kunnen overbrengen wat de componist heeft gewrocht. Voor een koor als het Haarlemsche was ze, zal ze voorloopig zeker blijven, een werk dat boven zijn krachten gaat. Men is er nog lang niet. Nu is de tijd aangebroken – zoo was onze indruk – dat de heer Robert of een ander het koor zal gaan beproeven te doen gevoelen hoe men, na de noten zoowat er in te hebben gekregen, dóór gaat dringen tot den zin der Reyen, opdat het door Diepenbrock gewenscht beeld in zuivere schoonheid voor aller oogen glanze! ... Met gebrekkige proefnemingen kome men niet in het publiek. Men eert er den componist niet mede, al klapt men in de handen tot hij zich genoopt voelt voor den dag te komen en met vriendelijk handgebaar een krans aan te nemen en een speechje, van iemand uit datzelfde koor dat zijn Reyen onder handen had genomen. Waarachtig, dr. Diepenbrock heeft staan buigen met 'n krans... Hebben wij ons dan vergist? Was de componist toch wèl dankbaar voor de “eer aan zijn Reyen bewezen”? Is deze uitvoering toch wèl waardig, zulk een introductie toch wèl te loven geweest? ... Neen, we moeten wel aan onze meening, onze teleurstelling vasthouden, en het gebruikelijk gedoe met den krans voor een komediespulletje aanzien, waar de heer Diepenbrock, met een “Timeo Danaos et dona ferentes” in zijn hart, zich, zonder een scène te maken, niet aan onttrekken kon. Ach, die materie...

Nieuwe Rotterdamsche Courant ([W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 28 april 1898

pdf Alle recensies voor RC 31 Rey van Amsterdamsche maegden (“Nu stelt het puick van zoete keelen”)