english | nederlands

RC 55 Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

tekstbron

Friedrich Creuzer und Karoline von Günderode. Briefe und Dichtungen (Heidelberg: Carl Winter 1896), 45

eerste uitvoering

21 oktober 1905 Utrecht, gebouw voor Kunsten en Wetenschappen

opgedragen aan

opnamen

  • Anniversary Edition 5 Et'cetera KTC 1435 CD5

uitgaven

  • Diepenbrock Album B/M Vol. II
  • Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen Noske, A.A. 1946470709

  • Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen
  • Günderrode, Karoline von
  • alt of mezzosopraan en piano
  • 6 juni 1902
  • duur 3:30

Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen, gecomponeerd in het begin van de zomer van 1902, is opgedragen aan de altzangeres Pauline de Haan-Manifarges, die het lied enkele weken na de publicatie in oktober 1905 in het openbaar vertolkte. …meer >

Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen (incipit)


Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen, gecomponeerd in het begin van de zomer van 1902, is opgedragen aan de altzangeres Pauline de Haan-Manifarges, die het lied enkele weken na de publicatie in oktober 1905 in het openbaar vertolkte.

De tekst stamt van Karoline von Günderrode (1780-1806), een Duitse dichteres wier filosofische poëzie Diepenbrock zeer aansprak. Deze talentvolle vrouw maakte op 26-jarige leeftijd een einde aan haar leven vanwege een onmogelijke liefdesrelatie. Het emotioneel geladen sonnet Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen is een afspiegeling van de gemoedstoestand van de jonge dichteres, heen en weer geslingerd tussen hoop en doodsverlangen.

In Diepenbrocks lied, gecomponeerd in E-groot, lijkt een voortdurende aarzeling tussen majeur en mineur deze tweespalt te verklanken, zoals ook de ambivalente samenklank van het halfverminderde septiemakkoord op woorden als “unbekränzt” (m. 6, 1e tel) en “trauernd” (m. 8, 1e tel) aangeeft. Terwijl de zangstem de eerste weifelende versregel ingehouden (sehr ruhig en pp) als het ware reciteert, verraden syncopes in de rechterhand van de pianopartij de innerlijke onrust. Bij de ‘Seufzer’ (kleine secunde) die de korte tussenspelen kleurt, noteert Diepenbrock: mit schmerzlich sehnsüchtigem Ausdruck.

Als Günderrode in de eerste terzine gewag maakt van het afdalen naar het rijk van Pluto (volgens de Romeinse mythologie de god van de onderwereld), alwaar blijkt dat ook in die duisternis de liefdesgloed brandt, ontvouwt Diepenbrock er – allmählich belebter und breiter – een compleet ander muzikale textuur, met een stijgende melodie en een voortdurend crescendo dat uitmondt in een krachtige topnoot van de zangstem. Nu is de tekst vervat in brede vocale lijnen, gezet tegen een rusteloze begeleiding die telkens uitwaaiert van laag naar hoog. In de laatste strofe wordt gerefereerd aan het begin van het lied. Dan keert in het naspel het motief van “des Lebens Blütenkränze” (zie m. 4) terug, ditmaal op een orgelpunt-e in de bas. De Seufzer beheerst de laatste maten van het lied.

Na de eerste uitvoering, waarbij ook Diepenbrocks Clair de lune (RC 43) en Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (RC 41) werden gezongen, schreef een recensent:

De zangen van Diepenbrock [...] troffen onmiddellijk. Ze zijn dan ook zoo sterk gekarakteriseerd, voor de harmonische behandeling zoo belangwekkend!”

Deze anonieme scribent realiseert zich dat de componist hoge eisen stelt aan de toehoorder, maar een bezwaar vindt hij dat niet:

“[Diepenbrock] heeft het recht de ernstige aandacht ten volle te vragen; eerst na zorgvuldige beschouwing zullen deze liederen hun schoonheid openbaren.” (BD V:634)

Diepenbrock heeft in 1907 een opzet gemaakt voor een instrumentatie van Kann ich im Busen, maar heeft er na één pagina verder van afgezien (zie RC 76*).

Désirée Staverman



Kann ich im Busen heiße Wünsche tragen,
Kann ich des Lebens Blüthenkränze sehn,
Und unbekränzt daran vorüber gehn,
Und traurend so nicht in mir selbst verzagen?

Soll frevelnd ich dem liebsten Wunsch entsagen?
Soll muthig ich zum Schattenreiche gehn?
Um andre Freuden andre Götter flehn,
Nach neuen Wonnen bei den Todten fragen?

Ich stieg hinab; doch auch in Plutons Reichen,
In Orkus’ Dunkel brennt der Liebe Glut,
Daß sehnend Schatten sich zu Schatten neigen.

Verloren ist, wen Liebe nicht beglücket;
Er wallt umsonst hinab zur Stygschen Flut,
Im Glanz der Himmel blieb’ er unentzücket.
 

 

 

 


  • A-64(9) Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4

    A-64(9) dated on the last page 6 Juni 1902

    • 6 juni 1902
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 4
  • B-3(3) Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

    copy B-3(3) dated 6 Juni 1902

    • 6 juni 1902
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • SL-11 Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

    semi-autograph in possession of Mrs. Overloop-Zimmer (Brussels) dated 6.VI.1902

    • 6 juni 1902
    • bewaarplaats: Mrs. Overloop-Zimmer
    • pagina's: onbekend

  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 5

    cd Et'cetera KTC 1435 CD5
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Kuyken, David

    Tracks: 1 = RC 3; 2 = RC 6; 3 = RC 11; 4 = RC 12; 5 = RC 16; 6 = RC 20; 7 = RC 25; 8 = RC 42; 9 = RC 55; 10 = RC 121; 11 = RC 90; 12 = RC 95; 13 = RC 91

  • Diepenbrock Album B/M Vol. II

    1955 Reeser, Eduard
  • Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

    1905 Noske, A.A.

18 okt 1903: Eerste uitvoering van Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen door Pauline de Haan-Manifarges met pianobegeleiding van A. van Olden-van Delden op het middagconcert in Musis Sacrum te Arnhem. Voor de pauze vindt de eerste uitvoering plaats van Sulamith voor soli, koor en orkest van Jan van Gilse (onder leiding van de componist), voorafgegaan door de ouverture Le carnaval romain van Berlioz, gedirigeerd door J. Martin S. Heuckeroth. Na de pauze zingt Pauline de Haan-Manifarges – behalve Diepenbrocks lied – Winterweihe van Richard Strauss, waarna mevr. van Olden-van Delden pianostukken van Brahms, Chopin en Liszt speelt; Johannes Messchaert besluit het concert met een vijftal liederen van Schumann.

Mevrouw de Haan bood in superieure interpretatie een voorname maar ietwat koele verklanking van een liefdessonnet door Diepenbrock, die anders juist in heilige extase zijn heerlijkste kunst geeft, en een warm, innig lied van Strauss, die anders in toenemende mate door zijn reusachtig esprit beheerscht wordt en zich daarbij meer en meer doet kennen als “der Geist der stets verneint” — het was wel eigenaardig!

Nieuwe Arnhemsche Courant (P. A. van Westrheene), 21 oktober 1903

Mevr. de Haan-Manifarges was, behalve een paar malen te hoog intoneeren in Diepenbrock's harmonisch interessante sonnet Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen en Strauss' prachtvolle Winterweihe, uitnemend.

Arnhemsche Courant (Kr. [= H.E. Stenfert Kroese]), 21 oktober 1903

pdf Alle recensies voor RC 55 Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen