english | nederlands

RC 144* Le sommeil de Canope (“Accoudés sur la table et déjà noyés d’ombre”)

onvoltooid werk

tekstbron

Albert Samain, Aux Flancs du Vase, suivi de Polyphème et de Poèmes inachevés (Paris: Mercure de France 3rd edition 1917), 19-20
  • Le sommeil de Canope (“Accoudés sur la table et déjà noyés d’ombre”)
  • Samain, Albert
  • zangstem en piano of orkest
  • 6 juli 1918

Daags na een vluchtige poging om Samains La grenouille op muziek te zetten (RC 143*) nam Diepenbrock op 6 juli 1918 een ander gedicht uit de bundel Aux Flancs du Vase onder handen: Le sommeil de Canope. Ditmaal leverde het een substantieel deel op van wat een voldragen compositie had kunnen worden: een inleiding van 7 maten en een volledige zetting van de eerste vier tekstregels. …meer >

Le sommeil de Canope (incipit)


Daags na een vluchtige poging om Samains La grenouille op muziek te zetten (RC 143*) nam Diepenbrock op 6 juli 1918 een ander gedicht uit de bundel Aux Flancs du Vase onder handen: Le sommeil de Canope. Ditmaal leverde het een substantieel deel op van wat een voldragen compositie had kunnen worden: een inleiding van 7 maten en een volledige zetting van de eerste vier tekstregels.

Het onderwerp van het gedicht sluit aan bij de thematiek van veel andere liederen van Diepenbrock: de dromerige sfeer waarin twee geliefden, op een terras dat uitziet op zee, verkeren bij het invallen van de duisternis; de immense, vredige stilte met nog slechts enkele zachte geluiden in de verte; Canope is met haar hoofd op de schouder van Alcis in slaap gevallen, het gezicht verborgen in haar gouden haren; de wassende maan en flonkerende sterren, de murmelende zee – alles bij elkaar roept een stemming op van lome dronkenschap en tederheid die Alcis tot exaltatie brengt. Hij huivert, buigt zich voorover en observeert langdurig zijn geliefde. Tenslotte drukt hij haar een kus op de rozenmond. Maar plotseling lijkt zijn hart te breken in het besef dat hij nooit meer hetzelfde zal beleven: die combinatie van heerlijke rust, nacht en stilte, vriendelijke zee, en de kus die hij Canope in haar slaap geeft.

De opening van Diepenbrocks compositie ademt de verstilde en sensuele atmosfeer van de tekst. Dalende chromatiek speelt een belangrijke rol. Uit de grote onderlinge afstand van de zelfstandige melodische lijnen van de inleiding (op een piano nauwelijks te realiseren) blijkt dat Diepenbrock het lied vanaf de eerste opzet gedacht heeft voor zangstem en orkest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er van de eerste acht maten een tweede schets is overgeleverd met een uitwerking voor fluiten, hobo’s, klarinetten, basklarinet, hoorns, alten, violoncelli en contrabassen.

Ton Braas



Accoudés sur la table et déjà noyés d’ombre,
Du haut de la terrasse à pic sur la mer sombre,
Les amants, écoutant l’éternelle rumeur,
Se taisent, recueillis devant le soir qui meurt.
Alcis songe, immobile et la tête penchée.
Canope avec lenteur de lui s’est rapprochée
Et, lasse, à son épaule a laissé doucement
Comme un fardeau trop lourd glisser son front charmant.
Tout s’emplit de silence... Au fond des cours lointaines
On entend plus distinct le sanglot des fontaines ;
Par endroits sur le port une lumière luit ;
Et l’étrange soupir qui monte vers la nuit,
Mystérieux aveu du cœur profond des choses,
Ce soir, se fait plus doux de passer sur les roses.
Alcis songe... Et la paix immense, la douceur
Nocturne, l’infinie et calme profondeur,
Le croissant et l’étoile, à sa base, qui tremble,
Et la mer murmurante, et cette enfant qui semble,
Avec son cou sur lui renversé sans effort,
Comme morte d’amour parmi ses cheveux d’or,
Tout l’exalte ! Une lente et solennelle ivresse
Semble élargir jusqu’aux étoiles sa tendresse !
Frémissant, il se penche et contemple un long temps
Le front uni voilé par les cheveux flottants,
Et la bouche de rose où luit l’émail des dents,
Et le beau sein qu’un rythme égal et lent soulève...
Des feuillages au loin bruissent... La nuit rêve...
Alcis, les yeux au ciel, avec un lent baiser
Sur la bouche a laissé son âme se poser ;
Et tout à coup son cœur semble en lui se briser !
Car il le sent, jamais, jamais plus dans sa vie,
Il ne retrouvera l’adorable accalmie,
La nuit et le silence, et cette mer amie,
Et ce baiser, dans l’ombre, à Canope endormie.


  • Map-15(15) Le sommeil de Canope

    Map-15(15), 3½ pages dated on the first page 6 Juli

    • 6 juli 1918
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • Map-15(21) Le sommeil de Canope

    Map-15(21), 1 page score

    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend