english | nederlands

RC 120 Simeon’s lofzang (“Vergun, o God, op zijne bede”)

tekstbron

Albert Verwey, Een inleiding tot Vondel (Amsterdam: Versluys 1893), **

opnamen

  • Songs 3 NM Classics

uitgaven

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 11 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 469929793
  • Simeon's Lofzang De Nieuwe Amsterdammer 2001380711 5 december 1914

  • Simeon’s lofzang (“Vergun, o God, op zijne bede”)
  • Vondel, Joost van den
  • bariton en piano
  • 1 november 1914 - 30 november 1914
  • duur 2:40

Diepenbrock schreef zijn toneelmuziek bij Vondels Gijsbrecht van Aemstel (RC 108) voor Willem Royaards’ enscenering, die op 25 juni 1912 onder grote belangstelling in première is gegaan. Na een zestal herhalingen in 1913 hebben er in het najaar van 1914 en het voorjaar van 1915 nog enkele voorstellingen van deze Gijsbrecht-enscenering plaatsgevonden. Daarbij heeft Diepenbrock steeds de muzikale leiding gehad. …meer >

120 Simeon's lofzang (incipit)


Diepenbrock schreef zijn toneelmuziek bij Vondels Gijsbrecht van Aemstel (RC 108) voor Willem Royaards’ enscenering, die op 25 juni 1912 onder grote belangstelling in première is gegaan. Na een zestal herhalingen in 1913 hebben er in het najaar van 1914 en het voorjaar van 1915 nog enkele voorstellingen van deze Gijsbrecht-enscenering plaatsgevonden. Daarbij heeft Diepenbrock steeds de muzikale leiding gehad.

Inmiddels was begin augustus 1914, met de inval van de Duitse troepen in België en Luxemburg, de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. De aanloop daartoe had Diepenbrock met gespannen aandacht gevolgd. Op 31 juli noteerde een goede vriendin in haar dagboek: Fons is uiterst verslagen en dan weer uiterst opgewonden, bestudeert kaarten, leest of denkt over de oude Romeinsche oorlogen en veracht de barbaren. (BD VIII:360)

Door de recente gebeurtenissen kreeg ook Vondels Gijsbrecht bij de reprise van Royaards’ enscenering op 20 november 1914 een onverwacht actuele dimensie, die in De Tijd van de volgende dag treffend is verwoord door Matthijs Vermeulen:

Men bespeurt opeens den realistischen ondergrond zoowel van de muziek, van de poëzie, als van sommige fresco’s der mise-en-scène, welke alle begeleid worden door huiveringen, die ons anders vreemder zijn. (BD VIII:697)

Zijn collega van het Algemeen Handelsblad besteedde vooral aandacht aan de goede prestaties van het solistenkoor in de reien. Ook roemde hij de uitvoering van Simeon’s lofzang, sinds 1912 steevast vertolkt door bariton Gerard Zalsman:

Laatstgenoemde is de uitmuntende vader Gozewijn dezer Gysbreght-opvoeringen geworden: zijn heldere, mooie dictie, zijn innig muzikale, sobere en toch warme voordracht van den lofzang van ouden Simeon [...]. (BD VIII:696)

Terwijl de gezongen reien van Diepenbrocks Gijsbrecht-muziek veel discussie bleven oproepen, waarin ook de componist zich na de voorstelling van november 1914 heeft gemengd (zie RC 108), was het gebed dat bisschop Gozewijn samen met de clarissen in het vierde bedrijf aanheft, uitgegroeid tot een geliefd en boven elke kritiek verheven onderdeel.

In drie strofen van vier regels geeft Vondel de strekking weer van de bede die de oude, vrome Simeon volgens het evangelie van Lucas (2:29-32) in de tempel van Jeruzalem heeft gesproken, nadat hij het Christus-kind heeft aanschouwd: “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u heeft beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt heeft ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.” (Nieuwe Bijbelvertaling)

Op 5 december 1914 verscheen van Simeon’s lofzang een transcriptie voor lage zangstem en piano: een facsimile van Diepenbrocks autograaf was als bijlage bij het proefnummer van De Nieuwe Amsterdammer gevoegd.1 In de transcriptie, die de oorspronkelijke versie van Simeon’s lofzang volgt, zijn de stemmen van sopranen en alten (de clarissen) weggelaten. Ondanks de chromatiek in zowel zangpartij als pianobegeleiding is het lied voor geschoolde amateurs goed uitvoerbaar.

Désirée Staverman & Ton Braas

1 De oprichter van dit nieuwe weekblad, mr. H.P.L. Wiessing (1878-1961), was vanaf 1907 hoofdredacteur geweest van De Groene Amsterdammer waar hij na een conflict vertrok. In de jaren 1892-1894 heeft Wiessing les gehad van Diepenbrock op het gymnasium in Den Bosch – aanleiding van hun vriendschappelijke banden sinds september 1910. (BD VII:21)

 



Vergun, o God, op zijne bede,
Na uw belofte uw knecht verlof;
Opdat hij reis van hier met vrede
Omhoog naar ’t hemelsch vredehof.

Nadien ik met mijn eigen oogen
Den algemeenen Heiland zag,
Die als een zon schijnt uit den hoogen,
Daar ieder zich verblijden mag!

Een schoone zon, die met haar stralen
Het blinde heidendom verlicht,
En Jacob’s huis en Isrel’s palen
Verheerlijkt en noch veel vaster sticht.


  • klik voor vergroting

    Songs 3

    cd NM Classics
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa

    Tracks:

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 11

    1999 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Krouwel, Dinant
  • Simeon's Lofzang

    5 december 1914 De Nieuwe Amsterdammer