english | nederlands

RC 126 (Orkestratie van Claude Debussy’s) Berceuse héroïque

tekstbron

King Albert’s Book. A tribute to the Belgian King and People from representative men and women throughout the world (London: The Daily Telegraph 1914), 147-149

eerste uitvoering

14 november 1918 Amsterdam, Concertgebouw
  • (Orkestratie van Claude Debussy’s) Berceuse héroïque
  • orkest
  • 1 maart 1916 - 30 maart 1916
  • duur 4:30

Groot was in augustus 1914 de verontwaardiging toen het keizerrijk Duitsland, ondanks alle diplomatieke pogingen die koning Albert I (1875-1934) had aangewend om het onheil af te wenden, de neutraliteit van België schond. De moed en hardnekkigheid waarmee het Belgische leger zich onder commando van de koning weerde tegen de inval teneinde de opmars van de vijandelijke legers richting Frankrijk te stuiten, dwong alom respect af. …meer >


Groot was in augustus 1914 de verontwaardiging toen het keizerrijk Duitsland, ondanks alle diplomatieke pogingen die koning Albert I (1875-1934) had aangewend om het onheil af te wenden, de neutraliteit van België schond. De moed en hardnekkigheid waarmee het Belgische leger zich onder commando van de koning weerde tegen de inval teneinde de opmars van de vijandelijke legers richting Frankrijk te stuiten, dwong alom respect af.

Rond Kerstmis 1914 bracht de Britse krant The Daily Telegraph een bijzonder boek uit met de titel King Albert’s Book. A tribute to the Belgian King and the People from representative men and women throughout the world. De opbrengst was bestemd voor een fonds ter ondersteuning van de opvang van Belgische vluchtelingen in Groot-Brittannië. Onder de meer dan 200 contribuanten bevonden zich niet alleen regeringsleiders en politici uit alle windstreken, maar ook enkele beroemde schilders als Claude Monet en de Engelsman John Collier. Tevens waren er speciaal voor de gelegenheid gemaakte composities opgenomen, zoals de Berceuse héroïque van Claude Debussy.

Toen Diepenbrock begin maart 1916 door de NV Het Concertgebouw werd uitgenodigd om op 9 april een concert te dirigeren met eigen werk, wilde hij de orkestversie van Debussy’s muzikale eerbetoon aan de Belgische koning aan het programma toevoegen. Vanwege de oorlogsomstandigheden was het echter niet mogelijk om de door Durand & Cie te Parijs uitgegeven partituur en het orkestmateriaal tijdig in Amsterdam te krijgen. Daarom besloot Diepenbrock eind maart het werk zelf te orkestreren naar de particel in het King Albert’s Book. Hij koos een bezetting met relatief veel koperblazers: naast twee hobo’s en twee fagotten schrijft de partituur vier hoorns, drie trompetten, drie trombones, pauken, tam-tam, twee harpen en strijkers voor.

Debussy’s stuk doet allesbehalve heroïsch aan; het is eerder elegisch van toon. Pas na tien maten met een schuifelende beweging in lage regionen tekent zich een melancholieke melodie af die zich na zes maten naar majeur ontwikkelt. Dan klinkt een trompetsignaal, gevolgd door de echo ervan – alsof er een antwoord komt uit een legerkamp ver weg. Het tastende lopen begint weer en er treedt, duidelijk en gemarkeerd, een motief met een gepuncteerd ritme naar voren. Dat blijkt, als het andermaal maar nu zachtjes, wordt aangeheven, het begin te zijn van de Brabançonne. Debussy heeft er fièrement bij genoteerd. Tweemaal wordt het kopmotief herhaald, alvorens de melodie van m. 11 weer inzet. Daarna gaat de beweging over in halve noten. Opnieuw is het trompetsignaal te horen en het antwoord vanuit de verte. In de laatste vier maten lijken mistflarden het verlaten landschap aan het zicht te onttrekken.

Het kwam de leiding van het Concertgebouw ter ore dat de Berceuse héroïque een citaat van het Belgische volkslied bevatte. Tijdens een bestuursvergadering op 3 april maakte een meerderheid bezwaar tegen uitvoering van het stuk. Henk de Booy en Charles Boissevain werden eropuit gestuurd om Diepenbrock van zijn voornemen af te brengen teneinde “manifestaties te voorkomen”. (BD IX:86) Toen ook andere personen druk uitoefenden ging Diepenbrock overstag, maar niet nadat hij van het Concertgebouw-bestuur de toezegging had gekregen dat Mengelberg zou worden afgehouden van uitvoering van Wagners Kaisermarsch. (Paap:172) Daarin is immers het volkslied van het Duitse keizerrijk, Heil dir im Siegenkranz, verwerkt.

De première van Debussy’s werk in de orkestratie van zijn Nederlandse bewonderaar zou plaats vinden kort na de wapenstilstand: op 14 november 1918. Voorafgaand aan drie van zijn eigen werken dirigeerde Diepenbrock de ouverture Les voitures versées van François-Adrien Boieldieu (1775-1834), de suite Pelléas et Mélisande van Gabriel Fauré, en van Debussy de Prélude à l’après-midi d’un faune en Berceuse héroïque. Misschien was de uitvoering van het laatste werk bedoeld als in memoriam voor de op 25 maart 1918 gestorven meester.

Ton Braas



  • B-12(2) Berceuse heroique par Claude Debussy

    B-12(2) entitled Berceuse heroique par Claude Debussy and with dedication on the title page Pour rendre hommage à sa Majesté le Roi Albert Ier de Belgique et à ses soldats and dated on the last page georchestreerd naar het Klavieruittreksel in het King Albert Book einde Maart 1916

    • opdracht: Pour rendre hommage à sa Majesté le Roi Albert Ier de Belgique et à ses soldats
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend

14 nov 1918: Diepenbrock dirigeert in het Concertgebouw te Amsterdam Die Nacht (soliste Johanna Zegers de Beyl), de ouverture De vogels en de Hymne an die Nacht “Gehoben ist der Stein” (soliste Aaltje Noordewier-Reddingius). Vóór de pauze de ouverture Les voitures versées van Boieldieu, de suite Pelléas et Mélisande van Fauré, de Prélude à l'après-midi d'un faune en de Berceuse héroique van Debussy in de orkestratie van Diepenbrock. Die Nacht werd gezongen in de metrische vertaling van Balthazar Verhagen.

Diepenbrock dirigeerde; een der zeldzame keeren (eens in de één of twee jaar) dat we onzen grootsten componist aan den lessenaar zien met zijn manier van leiden, die alle uiterlijkheid afzweert en alleen innerlijk doordringen wil, terwijl een groot dirigent nooit zal vergeten, dat de uiterlijkheid der technische verzorging elk moment moet en kan samengaan met den drang om het werk-zelf en niets dan dat, te geven. — Voor de pauze hoorden we Prélude à l'après-midi d'un Faune, dat Diepenbrock in een doorzichtigen schemer hult, en als noviteit, eveneens van Debussy, Berceuse héroïque, een treurmarsch, tijdens den oorlog geschreven en waarvan de bedoeling dus voor de hand ligt. Maar allen lezers zij verzekerd, dat deze compositie alles mist, wat de conventie stempelt tot een doodenmarsch, en alles bezit, wat aan verscheurde droefheid kan vertolkt worden. — 't Is lang niet Debussy's beste, maar zeker zijn wonderlijkste werk. Zijn raffinement culmineert hier tot decadentie, de harmonische opzet is zoo ontstellend-pijnlijk, dat de neerslaande smart niets meer kan opheffen en zelfs de trompetten van het slot met hun lang aangehouden secunde geen licht brengen maar schrijnen. De eenige conclusie is niet een winst aan schoonheid, maar slechts de ontdekking dat Debussy zóó getroffen werd door den lichamelijken dood der strijders.

De Tijd (Theo v.d. B.[ijl]), 15 november 1918

pdf Alle recensies voor RC 126 (Orkestratie van Claude Debussy’s) Berceuse héroïque