english | nederlands

RC 3 Entsagung (“Wer entwandelt durch den Garten”)

tekstbron

Gedichte von Ludwig Uhland (Stuttgart: J.G. Cotta 6th edition 1833), 211

opnamen

  • Anniversary Edition 5 Et'cetera KTC 1435 CD5

uitgaven

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 10 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 14096486
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I
  • Drie Ballades voor Tenoor met pianobegeleiding, Op. 1 Roothaan, Albert 17163419

  • Entsagung (“Wer entwandelt durch den Garten”)
  • Uhland, Ludwig
  • tenor en piano
  • 1 september 1883 - 30 september 1883
  • duur ca. 7:00

Van de Drie Ballades op. 1 zijn geen autografen in het Diepenbrock-archief aanwezig; desalniettemin is ons het tijdstip van compositie van elk der liederen bekend dankzij het feit dat Diepenbrock in een van zijn eigen exemplaren van de gedrukte uitgave van 1885, aan het begin van elk lied onder zijn naam, maand en jaar van compositie heeft vermeld. …meer >

Entsagung (incipit)


Van de Drie Ballades op. 1 zijn geen autografen in het Diepenbrock-archief aanwezig; desalniettemin is ons het tijdstip van compositie van elk der liederen bekend dankzij het feit dat Diepenbrock in een van zijn eigen exemplaren van de gedrukte uitgave van 1885, aan het begin van elk lied onder zijn naam, maand en jaar van compositie heeft vermeld.

Wel is een klein fragment uit Entsagung in Diepenbrocks handschrift bewaard gebleven als onderdeel van zijn bijdrage aan het Liber Amicorum voor zijn studievriend C.H. Rogge, in 1885 aangeboden bij diens vertrek naar Nederlands-Indië. Boven zijn afscheidswoorden (BD I:107) noteerde Diepenbrock de vier maten muziek op de woorden “Ja! die Zeit ist hingeflogen, die Erinn’rung weichet nie.”

De uitgave van de Drie Ballades is destijds in geen enkel vakblad vermeld; daarom is de bespreking in het weekblad De Portefeuille – Kunst en Letterbode van 7 november 1885 van bijzondere waarde, daar hier voor het eerst en uitvoerig op Diepenbrock als componist wordt ingegaan. Reeds de wijze waarop de recensent J.A. Lekman de jonge debutant introduceert is veelzeggend:

Het was niet zonder eenige verwondering, dat ik met bovenbedoelde ballades kennis maakte. Ik vroeg namelijk mijzelven af, hoe toch is het mogelijk, dat een jong componist, die over eene dergelijke mate van talent beschikt, in de muzikale wereld, ten minste tot nog toe, zoo weinig bekendheid geniet. Later vernam ik, dat de heer Diepenbrock geen musicus van beroep is, dus, zoo men wil, als dilettant beschouwd moet worden. In mijne beoordeeling zal ik hierop echter hoegenaamd geen regard slaan, daar, volgens mijne meening, de producten van het dilettantisme op het gebied der compositie niet minder aan strenge kritiek moeten onderworpen worden, dan die der vakmusici. Laat mij er direct bijvoegen, dat de drie compositiën des heeren Diepenbrock in geenen deele de hand eens dilettanten verraden. (BD V:782-783)

Lekman constateert dat de melodiebouw op Wagneriaanse grondslag is gevestigd, d.w.z. geheel declamerend, een oordeel dat zeker niet als blaam is bedoeld – integendeel. Ondanks enige detailkritiek toont Lekman zich zeer positief over het talent van Diepenbrock en hij raadt elke goede tenor aan deze ballades aan te schaffen.

De uitgave van de Drie Ballades op. 1 is commercieel geen succes geweest. Diepenbrock was contractueel verplicht de niet verkochte exemplaren van Roothaan terug te kopen (BD I:100); volgens een brief van Hondius van den Broek aan de componist d.d. 12 oktober 1907 (BD V:446) schijnt hij dit inderdaad te hebben gedaan.

In 1886 heeft Diepenbrock het voornemen gehad naar Bayreuth te gaan om daar de toenmaals in Nederland vrijwel onbekende Anton Bruckner te ontmoeten bij wie hij les wilde gaan nemen. Uit een brief van E.T. Kuiper aan H. van Gelder, beiden studievriend van de componist, van 17 augustus 1886 valt op te maken dat Diepenbrock kennelijk de bedoeling heeft gehad zich met de gedrukte Ballades bij Bruckner te introduceren. (BD I:116) Op het laatste ogenblik moet hij van de reis hebben afgezien, daar zijn naam in de ‘Fremdenliste’ in Bayreuth niet voorkomt[1] en ook in zijn eigen correspondentie de kwestie Bruckner/Bayreuth niet meer ter sprake wordt gebracht.

Eduard Reeser & Maurits Reijnen


[1] Zie Josine Meurs, Wagner in Nederland 1843-1914 (Zutphen: Walburg Pers 2002), 247-248.

 



Wer entwandelt durch den Garten
Bei der Sterne bleichem Schein?
Hat er Süßes zu erwarten,
Wird die Nacht ihm selig sein?
Ach, der Harfner ist's, er sinkt
Nieder an des Turmes Fuße,
Wo es spät herunterblinkt,
Und beginnt zum Saitengruße:

"Lausche, Jungfrau, aus der Höhe
Einem Liede, dir geweiht!
Daß ein Traum dich lind umwehe
Aus der Kindheit Rosenzeit.
Mit der Abendglocke Klang
Kam ich, will vor Tage gehen
Und das Schloß, dem ich entsprang,
Nicht im Sonnenstrahle sehen.

Von dem kerzenhellen Saale,
Wo du throntest, bleib’ ich fern,
Wo um dich beim reichen Mahle
Freudig saßen edle Herrn.
Mit der Freude nur vertraut
Hätten Frohes sie begehret,
Nicht der Liebe Klagelaut,
Nicht der Kindheit Recht geehret.

Bange Dämmerung, entweiche!
Düstre Bäume, glänzet neu!
Daß ich in dem Zauberreiche
Meiner Kindheit selig sei.
Sinken will ich in den Klee,
Bis das Kind mit leichtem Schritte
Wandle her, die schöne Fee,
Und mit Blumen mich beschütte.

Ja, die Zeit ist hingeflogen,
Die Erinnrung weichet nie;
Als ein lichter Regenbogen
Steht auf trüben Wolken sie.
Schauen flieht mein süßer Schmerz,
Daß nicht die Erinnrung schwinde.
Sage das nur, ob dein Herz
Noch der Kindheit Lust empfinde?"

Und es schwieg der Sohn der Lieder,
Der am Fuß des Turmes saß;
Und vom Fenster klang es nieder,
Und es glänzt' im dunkeln Gras.
"Nimm den Ring und denke mein,
Denk’ an unsrer Kindheit Schöne!
Nimm ihn hin! Ein Edelstein
Glänzt darauf und eine Träne."


  • SL-0

    autograph lost (Stichvorlage may have been stored at the publisher’s office)

    • bewaarplaats:
    • pagina's: onbekend

  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 5

    cd Et'cetera KTC 1435 CD5
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Kuyken, David

    Tracks: 1 = RC 3; 2 = RC 6; 3 = RC 11; 4 = RC 12; 5 = RC 16; 6 = RC 20; 7 = RC 25; 8 = RC 42; 9 = RC 55; 10 = RC 121; 11 = RC 90; 12 = RC 95; 13 = RC 91

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 10

    1998 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Staverman, Désirée
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard
  • Drie Ballades voor Tenoor met pianobegeleiding, Op. 1

    1885 Roothaan, Albert