english | nederlands

RC 36 Caelestis urbs Jerusalem

tekstbron

hymnus in festo dedicationis ecclesiae ad vesperas, see Liber Usualis, 1248-1249

eerste uitvoering

16 mei 1897 Amsterdam, Rijksmuseum

opgedragen aan

opnamen

  • Anniversary Edition 7 Et'cetera KTC 1435 CD7

uitgaven

  • Caelestis Urbs Jerusalem V. vocibus composuit Alphonsus Diepenbrock (A.D.F. 11) Noske, A.A. 10349643

  • Caelestis urbs Jerusalem
  • Anonymus
  • gemengd koor a cappella
  • 1 februari 1897 - 1 februari 1897
  • duur 5:20

Caelestis urbs Jerusalem voor vijfstemmig gemengd koor a cappella (SSATB) is geschreven om de viering op te luisteren van de zeventigste verjaardag van architect P.J.H. (Pierre) Cuypers (1827-1921), voorman van de neogothische bouwstijl in Nederland. Zelf noemde Diepenbrock het een gelegenheidsstuk. (BD IV:140) De compositie, op tekst van een hymne bestemd voor het inwijdingsfeest van een kerk, werd op 16 mei 1897 ten gehore gebracht door het vermaarde ‘Klein-Koor A Cappella’ onder leiding van Anton Averkamp. De huldigingsplechtigheid vond plaats in de voorhal van het Rijksmuseum te Amsterdam, een van Cuypers’ bekendste scheppingen. …meer >

Caelestis urbs Jerusalem (incipit)


Caelestis urbs Jerusalem voor vijfstemmig gemengd koor a cappella (SSATB) is geschreven om de viering op te luisteren van de zeventigste verjaardag van architect P.J.H. (Pierre) Cuypers (1827-1921), voorman van de neogothische bouwstijl in Nederland. Zelf noemde Diepenbrock het een gelegenheidsstuk. (BD IV:140) De compositie, op tekst van een hymne bestemd voor het inwijdingsfeest van een kerk, werd op 16 mei 1897 ten gehore gebracht door het vermaarde ‘Klein-Koor A Cappella’ onder leiding van Anton Averkamp. De huldigingsplechtigheid vond plaats in de voorhal van het Rijksmuseum te Amsterdam, een van Cuypers’ bekendste scheppingen.

In het koorwerk wordt onder andere het geklop en gebeitel van kundige steenhouwers bezongen die alle onderdelen van een godshuis “in juist verband” weten te leggen. Het is Diepenbrocks eerbetoon aan de bouwmeester wiens opvattingen een rol hebben gespeeld bij de vorming van zijn eigen esthetiek. In zijn jeugd was Diepenbrock dikwijls op het atelier van Cuypers – een familielid van moederskant – te vinden, waar hij samen met Cuypers’ zoon Josef de zaterdagmiddag tekenend doorbracht en bekend raakte met architectonische principes. Daarover zei Diepenbrock later, in een brief aan Antoon Derkinderen d.d. 14 februari 1894:

Eén ding heb ik van Cuypers geleerd dat een groote indruk als jongen op mij maakte, dat hij zei dat de Gothiek dit voor had boven andere bouwstijlen, dat ieder detail constructieve en tevens decoratieve waarde had. Dit heeft langzamerhand mij ook de muziek leeren begrijpen. (BD II:150)

De tekst bestaat uit vijf strofen van zes octosyllabische regels. De eerste en laatste strofe baseerde Diepenbrock op dezelfde muzikale gegevens (zowel melodisch als harmonisch), waarvan hij sommige ook aanwendde in de overige strofen.

Afwisseling in harmoniek is een opvallend kenmerk van de homofone compositie: in de eerste zestien maten van het stuk treffen we een modulatie aan van D-groot naar Fis-groot (m. 8), een tertsverwantschap (m. 12-13) en een modulatie naar B-groot. In het vervolg van het stuk komen er verscheidene akkoordprogressies voor die ontleend zijn aan de traditionele kerktoonsoorten (modi).

Ton Braas
 



Caelestis urbs Jerusalem,
Beata pacis visio,
Quæ celsa de viventibus
Saxis ad astra tolleris,
Sponsæque ritu cingeris
Mille angelorum millibus.

O sorte nupta prospera,
Dotata Patris gloria,
Respersa sponsi gratia,
Regina formosissima,
Christo jugata principi,
Caeli corusca civitas.

Hic margaritis emicant
Patentque cunctis ostia:
Virtute namque praevia
Mortalis illuc ducitur,
Amore Christi percitus,
Quisquis tormenta sustulit.

Scalpri salubris ictibus,
Et tunsione plurima,
Fabri polita malleo,
Hanc saxa molem construunt,
Aptisque juncta nexibus
Locantur in fastigio.

Decus Parenti debitum
Sit in aeternum Altissimo,
Natoque Patris Unico,
Et inclyto Paraclito,
Cui laus, potestas, gloria
Sit per aeterna saecula.


  • A-21(1) Caelestis urbs Jerusalem

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9

    A-21(1) with dedication on the title page gecomponeerd ter viering v/d 70 verjaardag van Dr Cuypers (16 Mei 1897) and dated on the first and last pages 1 Febr 1897

    • opdracht: gecomponeerd ter viering v/d 70 verjaardag van Dr Cuypers (16 Mei 1897)
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 9

Caelestis urbs Jerusalem uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Uwe Gronostay



  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 7

    cd Et'cetera KTC 1435 CD7
    Nederlands Kamerkoor ♦ Stok, Klaas ♦ Gronostay, Uwe ♦ Vocaal Ensemble Markant ♦ Haenchen, Hartmut ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Antunes, Celso ♦ Quink Vocaal Ensemble

    Tracks: #1 = RC 7; #2 = RC 36; #3 = RC 85; #4 = RC 86; #5 = RC 87; #6 = RC 38; #7 = RC 56; #8 = RC 63; #9 = RC 28; #10 = RC 5; #11 = RC 34; #12 = RC 35; #13 = RC 119; #14 = RC 57

  • Caelestis Urbs Jerusalem V. vocibus composuit Alphonsus Diepenbrock (A.D.F. 11)

    1922 Noske, A.A.