english | nederlands

RC 38 Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)

tekstbron

Poèmes saturniens (Paris: Léon Vanier 1894), 53-54

eerste uitvoering

onbekend

opnamen

  • Anniversary Edition 7 Et'cetera KTC 1435 CD7

uitgaven

  • Bijlage bij De Kroniek 4 nr. 158 Chanson d’automne (“Les sanglots longs”) 2 januari 1898

  • Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)
  • Verlaine, Paul
  • vocaal kwartet
  • 8 september 1897
  • duur 1:40

Chanson d’automne is de eerste tekst van Paul Verlaine die door Diepenbrock is gecomponeerd. In de loop der jaren zouden er nog acht volgen, waaruit blijkt dat onder de moderne Franse dichters Verlaine degene was tot wiens werk Diepenbrock zich het meest aangetrokken voelde. Tegenover Charles Smulders, de Belgische componist met wie hij bevriend was en veel over het vak van gedachten wisselde, karakteriseerde Diepenbrock Verlaines dichtkunst in een brief van 10 november 1898 als volgt: Cette poésie [...] exige une certaine monotonie par laquelle se traduit une langueur, ou bien une passion ardente et profonde mais continue. (BD III:81) …meer >

Chanson d'automne (incipit)


Chanson d’automne is de eerste tekst van Paul Verlaine die door Diepenbrock is gecomponeerd. In de loop der jaren zouden er nog acht volgen, waaruit blijkt dat onder de moderne Franse dichters Verlaine degene was tot wiens werk Diepenbrock zich het meest aangetrokken voelde. Tegenover Charles Smulders, de Belgische componist met wie hij bevriend was en veel over het vak van gedachten wisselde, karakteriseerde Diepenbrock Verlaines dichtkunst in een brief van 10 november 1898 als volgt: Cette poésie [...] exige une certaine monotonie par laquelle se traduit une langueur, ou bien une passion ardente et profonde mais continue. (BD III:81)

Diepenbrocks belangstelling voor Verlaine dateert al van zijn studententijd. Aan te nemen is dat de in 1884 verschenen bundels Les poètes maudits (met gedichten van Verlaine, Corbière, Rimbaud en Mallarmé) en Poèmes saturniens (louter Verlaine) in zijn Amsterdamse vriendenkring intensief werden besproken. Toen Verlaine tijdens zijn 14-daags bezoek aan Nederland op 7 november 1892 een lezing hield in Amsterdam, bevond Diepenbrock zich onder zijn gehoor. Het was ook met gretige nieuwsgierigheid dat Diepenbrock bij zijn vrienden informeerde naar de bijeenkomst in Den Haag waar Verlaine andermaal sprak. Verlaines verslag, gepubliceerd onder de titel Quinze jours en Hollande, las hij in september 1893 met plezier; hij noemde het aardig en dun. (BD II:19)

Vier jaar later, op 8 september 1897, componeerde Diepenbrock zijn Chanson d’automne. Dit werk schreef hij voor het Amsterdamsch Vocaal Kwartet, bestaande uit Aaltje Noordewier-Reddingius, Cato Loman, Johan Rogmans en Johannes Messchaert, daags nadat hij een repetitie had meegemaakt. Dit kwartet had namelijk zijn Dämmerung (RC 7) en het Vijftiende-eeuwsch bruyloftlied (RC 10) op het programma staan van hun (tweede) concerttournee langs 26 steden verspreid over heel Nederland. Bij de concerten in Dordrecht (9 september), Amsterdam (9 oktober) en Zaandam (31 oktober) was Diepenbrock aanwezig en genoot hij van uitstekende uitvoeringen van zijn twee stukken. Helaas hield het Amsterdamsch Vocaal Kwartet na deze tournee, wegens een onderling conflict, op te bestaan.

Het duurde bijna twee decennia alvorens de leider van een professioneel vocaal ensemble, Sem Dresden, Chanson d’automne op het programma zou zetten. Diepenbrock was zeer gecharmeerd van de “prachtige uitvoering” door de Madrigaal-Vereeniging op 24 oktober 1916 in het Amsterdamse Concertgebouw. (BD IX:177)

Diepenbrocks Chanson d’automne is met zijn geserreerde omvang van 25 maten een muzikaal kleinood waarin de sfeer van zwaarmoedigheid en troosteloosheid die uit Verlaines kortregelig gedicht opdoemt, trefzeker is weergegeven door middel van een elegische melodie en een fijnzinnige harmoniek, met dikwijls chromatisch bewegende middenstemmen. Opvallend zijn de rust in de eerste maat van de tenorpartij, een uitbeelding van “sanglots”, en het even aanstippen van Fis-groot bij de woorden “je me souviens” in m. 13.

Ton Braas



Les sanglots longs
Des violons
De l’automne
Blessent mon coeur
D’une langueur
Monotone.

Tout suffocant
Et blême, quand
Sonne l’heure,
Je me souviens
Des jours anciens,
Et je pleure.

Et je m’en vais
Au vent mauvais
Qui m'emporte
Deçà, delà,
Pareil à la
Feuille morte.


  • B-19(15) Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)

    • 1
    • 2

    B-19(15) dated and signed on the last page 8 September 1897 / A Diepenbrock

    • 8 september 1897
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 2
  • A-48(9) Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)

    A-48(9) dated on the last page 8 Sept 1897

    • 8 september 1897
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend
  • SL-1 Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)

    Autograph in the possession of Mrs J. Sibbet-Raphael (Swarthmore, USA), signed and dated on the last page A Diepenbrock / 8 Sept 1897, with a remark in the margin of the first page “Memor fui dierum antiquorum” / Ps. 142;5

    • 8 september 1897
    • opdracht: “Memor fui dierum antiquorum” / Ps. 142;5
    • bewaarplaats: Mrs J. Sibbet-Raphael (Swarthmore, USA)
    • pagina's: onbekend

  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 7

    cd Et'cetera KTC 1435 CD7
    Nederlands Kamerkoor ♦ Stok, Klaas ♦ Gronostay, Uwe ♦ Vocaal Ensemble Markant ♦ Haenchen, Hartmut ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Antunes, Celso ♦ Quink Vocaal Ensemble

    Tracks: #1 = RC 7; #2 = RC 36; #3 = RC 85; #4 = RC 86; #5 = RC 87; #6 = RC 38; #7 = RC 56; #8 = RC 63; #9 = RC 28; #10 = RC 5; #11 = RC 34; #12 = RC 35; #13 = RC 119; #14 = RC 57

  • Bijlage bij De Kroniek 4 nr. 158 Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)

    2 januari 1898

30 okt 1901: Eerste uitvoering van Chanson d'automne in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam door het Zalsman-Kwartet, bestaande uit N. Bohm, Hermine Scholten, Carl Philippeau en Gerard Zalsman. Voorts wordt van Diepenbrock nog gezongen het Vijftiende-eeuwsch bruyloftslied (RC 10), van Smulders het Ave Maria, terwijl het programma verder bestaat uit werken van Mendelssohn, Haydn, Mozart, Bach, Bortniansky, Brahms, Praetorius, Löwe, Leichner, Donati en Loots.

Deze jonge vocale vereeniging [...] gaf gisteravond een concert in de kleine zaal van het Concertgebouw, dat weer, evenals bijna alle concerten in deze zaal, zeer slecht bezocht was en dat toch grooter belangstelling verdiend had. — Van de 16 werken die werden voorgedragen waren de meesten van gewijden aard en schonken ons ruimschoots de gelegenheid met de eigenschappen van dit Quartet kennis te maken. [...] De Nederlandsche werken maakten een zeer goed figuur onder de voorgedragen compositiën. Het Ave Maria van Smulders, dat mooi werd gezongen, is interessant; de beide werkjes van Loots (het eerste een aardig gekleurd wiegenlied en het tweede een opgewekt nummer) getuigden weer van de natuurlijke compositiegaven van dezen kunstenaar en de beide koren van Diepenbrock, waarvan het tweede ons reeds bekend was, doch waarvan het eerste: Chanson d'Automne, gedicht van Paul Verlaine – dat mij trof door de sombere herfststemming die zoo schoon in de muziek is weergegeven – voor het eerst werd uitgevoerd, vormden een waardig slot van dezen avond, die aan de uitvoerders een steeds stijgend succes verschafte.

Algemeen Handelsblad (v.M. [= S. van Milligen]), 31 oktober 1901

pdf Alle recensies voor RC 38 Chanson d’automne (“Les sanglots longs”)