english | nederlands

RC 73 Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

tekstbron

Karel Alberdingk Thijm, Sonnet, in: De Nieuwe Gids Vol. I (Amsterdam: Versluys 1885), 310

eerste uitvoering

22 november 1906 Amsterdam, Concertgebouw

opgedragen aan

uitgaven

  • Drie sonnetten voor tenor of sopraan en orkest Donemus/ADF 25037945

  • Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen
  • Deyssel, Lodewijk van
  • sopraan en orkest
  • 25 oktober 1906 - 1 november 1906
  • duur 4:00

Drie dagen na voltooiing van de orkestpartituur van Wenn ich ihn nur habe (RC 72) begon Diepenbrock aan de instrumentatie van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen, in 1898 geschreven voor sopraan of tenor met pianobegeleiding (RC 41). Aaltje Noordewier-Reddingius wilde dit lied graag zingen op een van de twee concerten waarmee het Amsterdamse Concertgebouw haar de gelegenheid bood om een vijftal orkestliederen van Diepenbrock te introduceren. Naast de première van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen, gezet voor een klein orkest van strijkers, houtblazers, vier hoorns, bastuba en pauken, bracht het concert van 22 november 1906 de eerste uitvoering van de orkestraties van het eveneens uit 1898 stammende Lied der Spinnerin (RC 42/75) en Zij sluimert (RC 51/60) uit 1900. Daags tevoren was de première van Wenn ich ihn nur habe en Wenige wissen das Geheimnis der Liebe (RC 47/58). …meer >

Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (incipit)


Drie dagen na voltooiing van de orkestpartituur van Wenn ich ihn nur habe (RC 72) begon Diepenbrock aan de instrumentatie van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen, in 1898 geschreven voor sopraan of tenor met pianobegeleiding (RC 41). Aaltje Noordewier-Reddingius wilde dit lied graag zingen op een van de twee concerten waarmee het Amsterdamse Concertgebouw haar de gelegenheid bood om een vijftal orkestliederen van Diepenbrock te introduceren. Naast de première van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen, gezet voor een klein orkest van strijkers, houtblazers, vier hoorns, bastuba en pauken, bracht het concert van 22 november 1906 de eerste uitvoering van de orkestraties van het eveneens uit 1898 stammende Lied der Spinnerin (RC 42/75) en Zij sluimert (RC 51/60) uit 1900. Daags tevoren was de première van Wenn ich ihn nur habe en Wenige wissen das Geheimnis der Liebe (RC 47/58).

De in het programmaboekje afgedrukte gedichten gingen vergezeld van een toelichting op de composities die waarschijnlijk van Diepenbrocks eigen hand is. Daarin wordt informatie gegeven over de vorm van dit lied (zie RC 41).

De uitvoering echter werd een grote teleurstelling voor Diepenbrock, hetgeen te wijten was aan een lichtzinnige en slordige voorbereiding van de dirigent. Gerepeteerd was er nauwelijks; de liederen waren eigenlijk alleen maar doorgespeeld om te controleren of er geen fouten in de orkestpartijen zaten, met als resultaat: “Mengelberg [was] er niet in, niets geen samenhang.” (dagboeknotitie van Diepenbrocks vrouw Elisabeth; BD V:267)

Dat de composities niet tot hun recht kwamen, klinkt door in de recensie van Anton Averkamp:

De componist had ze geïnstrumenteerd voor klein orchest en dat heeft hij gedaan met heel veel subtiel gevoel voor klank en kleur en met dien fijnen tact voor de eischen van de zangstem, dien wij van Diepenbrock kennen. Toch geloof ik dat de indruk met pianobegeleiding grooter zal zijn. Men kan in de vertolking der pianopartij meer iets persoonlijks leggen, een sluier oplichten van een intiem, rijk zieleleven; en juist de intimiteit ging voor mij bij de orchestbegeleiding […] wel wat verloren. […] Het naspel van van Deyssel’s sonnet heeft evenwel door de orchestbegeleiding aan intensiteit van klank gewonnen. (BD V:707)

De orkestversie van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen is tijdens Diepenbrocks leven niet meer uitgevoerd.

Robert Spannenberg



Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen,
Want waar mijn blikken langs de wanden dwalen,
Schemert uw lach daarheen, ontelbre malen
Hoor ik in ’t klokgetik uw voeten treen.

En langzaam nadert gij zoo ver zoo kleen.
‘K zie dat een breede neevlenkring met valen
Lichtloozen sluier u omhult, dan dalen
Zachtkens uw lichte schreden naar mij heen.

Uw adem vaart mij aan, gij zijt verschenen,
Ik zie uw oogen in mijn oogen gaan.
‘K hoor den wind, die langs de ruiten henen

En door de schouwe klaagt, uw woorden aan,
Zoo vrees’lijk droef en teer, dat ‘k u zie staan
Met bukkend hoofd om in mijn arm te weenen.


 

 

Alone I sit, and yet I’m not alone,
For where my glances trace along the rafter
I glimpse the countless shadows of your laughter;
The ticking clock, your footsteps coming home.

And slowly you approach, so far, so slight.
I see a misty curtain rising from the fen,
A lightless veil enwraps you round, and then
So softly come your steps toward me, so light.

Your breath propels me onward, you appear,
I see your eyes descending into mine.
Your voice in windows’ wind I hear,

And sighing down the chimney is your sign.
So melancholy that I see you stand
With drooping head, and weeping on my hand.

(transl. Ruth van Baak Griffioen)
 

 


  • A-58(2) Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16
    • 17

    A-58(2) Liederen voor Sopraan en Orkest N° 2 “Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen” Sonnet van L. v Deyssel gecomponeerd door Alphons Diepenbrock voor Sopraan en Orkest with dedication on the title page Aan mijn vriend Charles Smulders and dated on the last page gecomp 1898 / 25 Oct – 1 Nov 1906

    • 25 oktober 1906 – 1 november 1906
    • opdracht: Aan mijn vriend Charles Smulders
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 17

  • Drie sonnetten voor tenor of sopraan en orkest

    1962 Donemus/ADF

22 nov 1906: Tweede van twee concerten met werken van Diepenbrock gezongen door Aaltje Noordewier-Reddingius met het Concertgebouw-Orkest onder leiding van Willem Mengelberg in het Concertgebouw te Amsterdam. Op 21 november is de première geweest van de Zwei geistliche Lieder voor sopraan en orkest: Wenn ich ihn nur habe (RC 72) en Wenige wissen das Geheimnis der Liebe (RC 58). Op 22 november vindt de eerste uitvoering plaats van de georkestreerde versies van het Lied der Spinnerin (RC 75), Zij sluimert (RC 60) en Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen. Voorts bestaat het programma uit de inleiding tot de derde acte van Lohengrin, twee aria's uit Händel's Samson, de ouverture Alceste van Gluck, het Larghetto uit het klarinetkwintet van Mozart, en na de pauze de Zesde symfonie van Beethoven.

Boven de zangteksten zijn ongesigneerde toelichtingen afgedrukt, kennelijk van de hand van Diepenbrock. De tekst over dit lied luidt:

Sonnet. — Orkestbezetting klein orkest: strijkers, houtblazers, hoorns, bastuba en pauken. Op 2 motieven gebouwd; het 2e treedt op bij het tweede couplet en schildert de van verre opdoemende verschijning, het 1e komt aanvankelijk alleen in de korte voor- en tusschenspelen [voor]. Bij “'k Hoor in den wind” treedt het in de zangstem op (F-moll), waarbij de bas het “klagen” van den wind schildert. Het heftige triolenmotief van den aanvang wordt hoe langer hoe zachter, totdat het in het naspel in de bassen pp wegsterft.

[...] Maar konden zijn zangen Woensdagavond, bij 'n eerste auditie, ons niet uit die zekere koele waardeering halen, die men voor het bijzonder “interessante” gevoelt, de liederen die mevrouw Noordewier gisteravond heeft voorgedragen voerden ons in andere, hoogere stemming op. Deze liederen (Brentano's Spinnerin, Perk's Zij sluimert, Van Deyssel's Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen) heeft ieder, die ze door de uitgaaf voor zang met piano leerde kennen, reeds bewonderd. Bewonderd in de eigene muziektaal, die elke nuance der dichterlijke stemming met in de fijnste toonschakeeringen uitbeeldende expressies ons doet voelen. Hoeveel dieper nog is de zinrijke klavier-partij geworden in de stemmen der strijk- en blaasinstrumenten! Ik weet niet wat mij meer geboeid en getroffen heeft, de zangstem of die van het orkest: zij waren één, de kleuren, klanken, woorden vloeiden samen tot één tonendicht van zacht-droeve, weemoedsvolle stemming. [...] Een der liederen is opgedragen aan haar die voor de kunst van onzen genialen stadgenoot met imponeerende geest­drift optreedt; een ander aan Mengelberg, die waarlijk in die toewijding bij mevrouw Noordewier niet achter staat. Wat zijn orkest gisteren gedaan heeft, stond onvergelijkelijk hoog, zoowel wat de begeleiding door de kleine groepen betreft en het obligaatspel van enkele artiesten (ik denk met veel ingenomenheid o.a. aan de klarinet in Mozart's Larghetto, aan de trompet in een der Handel-aria's, door mevrouw Noordewier prachtig voorgedragen, aan den hoorn in het Lied der Spinnerin), als het orkestspel in zijn geheel: Pastoraal-symfonie van Beethoven! […] Onschatbare avonden in het Concertgebouw, met mevrouw Noordewier en Diepenbrock, met Mengelberg en het Amsterdamsen orkest!

Algemeen Handelsblad (S.Z. [= W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 23 novem­ber 1906

pdf Alle recensies voor RC 73 Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen