english | nederlands

RC 76* Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

onvoltooid werk

tekstbron

Friedrich Creuzer und Karoline von Günderode. Briefe und Dichtungen (Heidelberg: Carl Winter 1896), 45
  • Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen
  • Günderrode, Karoline von
  • 1 januari 1907 - 31 december 1907

In 1907, het jaar waarin Diepenbrock diverse van zijn eerder gecomponeerde liederen voor alt en piano instrumenteerde, heeft hij, vermoedelijk in januari, ook Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen (RC 55) ter hand genomen. Van de orkestratie van dit lied echter is slechts één pagina overgeleverd met vier maten. Daaruit blijkt – net als uit de geïnstrumenteerde versie van Mignon (zie RC 77) – zijn voorkeur voor een uitgebreide blazersbezetting, in dit geval twee fluiten, hobo en althobo, twee klarinetten, basklarinet en hoorn. Op deze pagina bestaat de strijkersgroep slechts uit eerste en tweede violen en altviolen, maar dat is niet verwonderlijk gezien de ligging van deze passage. Kenmerkend is de solo voor de althobo, een instrument dat Diepenbrock regelmatig voorschrijft. …meer >

Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen (incipit)


In 1907, het jaar waarin Diepenbrock diverse van zijn eerder gecomponeerde liederen voor alt en piano instrumenteerde, heeft hij, vermoedelijk in januari, ook Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen (RC 55) ter hand genomen. Van de orkestratie van dit lied echter is slechts één pagina overgeleverd met vier maten. Daaruit blijkt – net als uit de geïnstrumenteerde versie van Mignon (zie RC 77) – zijn voorkeur voor een uitgebreide blazersbezetting, in dit geval twee fluiten, hobo en althobo, twee klarinetten, basklarinet en hoorn. Op deze pagina bestaat de strijkersgroep slechts uit eerste en tweede violen en altviolen, maar dat is niet verwonderlijk gezien de ligging van deze passage. Kenmerkend is de solo voor de althobo, een instrument dat Diepenbrock regelmatig voorschrijft.

Désirée Staverman



Kann ich im Busen heiße Wünsche tragen,
Kann ich des Lebens Blüthenkränze sehn,
Und unbekränzt daran vorüber gehn,
Und traurend so nicht in mir selbst verzagen?

Soll frevelnd ich dem liebsten Wunsch entsagen?
Soll muthig ich zum Schattenreiche gehn?
Um andre Freuden andre Götter flehn,
Nach neuen Wonnen bei den Todten fragen?

Ich stieg hinab; doch auch in Plutons Reichen,
In Orkus’ Dunkel brennt der Liebe Glut,
Daß sehnend Schatten sich zu Schatten neigen.

Verloren ist, wen Liebe nicht beglücket;
Er wallt umsonst hinab zur Stygschen Flut,
Im Glanz der Himmel blieb’ er unentzücket.
 

 

 

 


  • Map-10(1b) Kann ich im Busen heisse Wünsche tragen

    Manuscript: Map-10(1b)

    • 1 januari 1907 – 31 december 1907
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: onbekend