english | nederlands

RC 84 Hinüber wall’ ich

tekstbron

Novalis Schriften Vol. II (Berlin: G. Reimer 5th edition 1837), 7-8

opnamen

  • Anniversary Edition 3 Et'cetera KTC 1435 CD3

uitgaven

  • Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester Donemus/ADF 2008852

  • Hinüber wall’ ich
  • Novalis
  • sopraan en orkest
  • 29 november 1907 - 9 december 1907
  • duur ca. 4:00

De orkestratie van het lied Hinüber wall’ ich (RC 37) vormt het sluitstuk van een periode waarin Diepenbrock een tiental van zijn oorspronkelijk met piano gecomponeerde liederen heeft voorzien van een orkestbegeleiding. De succesvolle première, in april 1907, van de ballades Mignon (RC 12/77) en Der König in Thule (RC 16/78) in hun geïnstrumenteerde versies, moet voor hem een stimulans zijn geweest om ook andere liederen te herzien. In november van dat jaar, de maand waarin hij Hinüber wall’ ich herzag, werd zijn orkestrale zetting van Recueillement (RC 79/80) in Parijs ten gehore gebracht door de bariton Jan Reder en het Orchestre Colonne onder leiding van Willem Mengelberg. Toch zijn de meeste van Diepenbrocks in deze periode geïnstrumenteerde liederen niet als zodanig tot uitvoering gekomen tijdens zijn leven. Dat geldt ook voor Hinüber wall’ ich dat in 1954 samen met het Lied der Spinnerin (RC 42/75) en Der Abend (RC 90/92) verscheen onder de titel Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester. …meer >

Hinüber wall’ ich (incipit)


De orkestratie van het lied Hinüber wall’ ich (RC 37) vormt het sluitstuk van een periode waarin Diepenbrock een tiental van zijn oorspronkelijk met piano gecomponeerde liederen heeft voorzien van een orkestbegeleiding. De succesvolle première, in april 1907, van de ballades Mignon (RC 12/77) en Der König in Thule (RC 16/78) in hun geïnstrumenteerde versies, moet voor hem een stimulans zijn geweest om ook andere liederen te herzien. In november van dat jaar, de maand waarin hij Hinüber wall’ ich herzag, werd zijn orkestrale zetting van Recueillement (RC 79/80) in Parijs ten gehore gebracht door de bariton Jan Reder en het Orchestre Colonne onder leiding van Willem Mengelberg. Toch zijn de meeste van Diepenbrocks in deze periode geïnstrumenteerde liederen niet als zodanig tot uitvoering gekomen tijdens zijn leven. Dat geldt ook voor Hinüber wall’ ich dat in 1954 samen met het Lied der Spinnerin (RC 42/75) en Der Abend (RC 90/92) verscheen onder de titel Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester.

De instrumentatie, met een keur aan vaak solistisch optredende houtblazers, is verwant aan die van Mignon en Der König in Thule. In dit geval schrijft Diepenbrock ook een harp voor, die een aanzienlijke bijdrage levert aan de sfeer van vervoering in de muziek. Opvallend is de strijkersbezetting zonder contrabassen.

Désirée Staverman



Hinüber wall' ich,
Und jede Pein
Wird einst ein Stachel
Der Wollust sein.
Noch wenig Zeiten,
So bin ich los,
Und liege trunken
Der Lieb' im Schooß.
Unendliches Leben
Wogt mächtig in mir,
Ich schaue von oben
Herunter nach dir.
An jenem Hügel
Verlischt Dein Glanz,
Ein Schatten bringet
Den kühlenden Kranz.
O! sauge, Geliebter,
Gewaltig mich an,
Daß ich entschlummern
Und lieben kann.
Ich fühle des Todes
Verjüngende Flut,
Zu Balsam und Aethe
Verwandelt mein Blut.
Ich lebe bei Tage
Voll Glauben und Muth,
Und sterbe die Nächte
In heiliger Glut.

 

I am journeying over,
And every pain
Will one day be a pang
Of sensual pleasure.
Just a little time longer,
And I will be free,
And will lie enraptured
In the lap of love.
Unending life
Surges powerfully within me,
From above I look
Down at you.
Against that hill
Your light is extinguished,
A shade brings
The cooling garland.
O beloved, absorb me
Forcefully,
So that I can slumber off,
So that I can love.
I feel death’s
Rejuvenating tide,
Into balm and ether
My blood transformed.
I live by day
Full of faith and courage
And in the nights die
In a sacred blaze.

(transl. Stanley Appelbaum)

 


  • A-63(1) Hinüber wall’ ich

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15

    A-63(1) with dedication Aan Aaltje Noordewier Reddingius on the title page and dated on the last page geinstr. 29 Nov.- 9 Dec. 1907; gecomp. Juli 1907

    • 29 november 1907 – 9 december 1907
    • opdracht: Aan Aaltje Noordewier Reddingius
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 15

  • klik voor vergroting

    Anniversary Edition 3

    cd Et'cetera KTC 1435 CD3
    Residentie Orkest ♦ Vonk, Hans ♦ Bije, Annette de la ♦ Defraiteur, Renée ♦ Devos, Lode ♦ Hombert, Christoph ♦ Kruysen, Bernard ♦ Omroeporkest ♦ Radio Philharmonisch Orkest ♦ Promenade Orkest ♦ Berg, Maurits van den ♦ Otterloo, Willem van ♦ Silberman, Benedict

    Tracks: 1 = RC 84; 2 = RC 75; 3 = RC 92; 4 = RC 81; 5 = RC 80; 6 = RC 130; 7 = RC 59; 8 = RC 73; 9 = RC 60; 10 = RC 82; 11 = RC 83; 12 = RC 58

  • Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester

    1954 Donemus/ADF