english | nederlands

RC 19 Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

tekstbron

Goethe’s Gedichte Vol. I (Stuttgart: J.G. Cotta 1868), 59
  • Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)
  • Goethe, Johann Wolfgang von
  • alt, tenor, bariton, bas en piano
  • 27 oktober 1886 - 30 oktober 1886
  • duur 3:00

Het was in 1882, het jaar waarin Diepenbrock zijn Academische feestmarsch (RC 2) componeerde, dat hij zijn eerste zetting maakte van Goethes Wandrers Nachtlied, en wel voor vierstemmig mannenkoor. Later meldde hij over het stuk: Het [...] is zeer minnetjes, en bewijst dat ik met 20 jaar nog een hulpeloze dilettant was.  (BD VI:13) Deze intrigerende uitspraak is niet te verifiëren aangezien het manuscript verloren is gegaan. …meer >

Wandrers Nachtlied (incipit)


Het was in 1882, het jaar waarin Diepenbrock zijn Academische feestmarsch (RC 2) componeerde, dat hij zijn eerste zetting maakte van Goethes Wandrers Nachtlied, en wel voor vierstemmig mannenkoor. Later meldde hij over het stuk: Het [...] is zeer minnetjes, en bewijst dat ik met 20 jaar nog een hulpeloze dilettant was.  (BD VI:13) Deze intrigerende uitspraak is niet te verifiëren aangezien het manuscript verloren is gegaan.

Eind oktober 1886 (Diepenbrock had inmiddels met goed gevolg het doctoraal examen in de klassieke letteren afgelegd) zette hij zich voor de tweede maal aan een toonzetting van Goethes gedicht, nu voor een bezetting van alt, tenor, bariton, diepe bas en piano. Of de opmerkelijke stemmencombinatie is ingegeven door het voorhanden zijn van die stemtypen in Diepenbrocks vrienden- en kennissenkring, dan wel berust op artistieke afwegingen, is niet te achterhalen.

De piano begint de inleiding van zes maten met de bijzondere akkoordverbinding Dis-dom7 – e-klein, die een grote secunde lager wordt herhaald als Cis-dom7 – d-klein. De zetting van het vocaal ensemble wordt gekenmerkt door een vervloeiende harmoniek met veel schreden van kleine secunden. In ritmisch opzicht zijn de partijen zeer gedifferentieerd. Vermeldenswaard is het in herinnering roepen door de piano van de eerste drie gezongen maten (“Über allen Gipfeln”) in de maten 33-35 van het stuk, dat in totaal 49 maten omvat.

Materiaal van deze compositie heeft een plaats gekregen in de derde zetting van deze Goethe-tekst die Diepenbrock in 1908 ondernam voor vocaal kwartet a cappella, en die hij in december 1916 in de finale versie zou vastleggen (zie RC 86). Daarmee is Wandrers Nachtlied het gedicht waardoor Diepenbrock in zijn werkzame leven over de langste tijdspanne geïnspireerd is geweest.

Ton Braas



  Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.
 

 


  • A-6(6) Wandrers Nachtlied

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4

    A-6(6) dated on the first page 27 Oct 86 and on the last page 30 Oct 86

    • 27 oktober 1886 – 30 oktober 1886
    • bewaarplaats: Diepenbrock Archief Laren
    • pagina's: 4